donderdag 20 februari 2014

De ontmoeting: Deel IV


Het was half zes in de ochtend. Na mezelf uit de knoop gedraaid te hebben van de  slaapuurtjes op de bank waagde ik de afdaling naar beneden. Manlief sliep nog- zachtjes betrad ik de badkamer- en suite en liet ik het bad vollopen. Ik liet me in het zeer warme water glijden en voelde mijn spieren weer ontspannen. Toen ik weer op de klok keek was het 8 uur. Zo, dat was even opkijken.

Vanuit bad zo weer in bed. Hoe kan dat nou, ik zou toch nu wat opgeknapt zijn. Dat was toch de
afspraak vannacht. Om 11 uur klom ik de trap nogmaals naar boven. Ik wilde een tijde wakker blijven en mogelijk iets eten, hopen dat het erin blijft. Drinken deed ik ook maar mondjes maat dus daar moest ik ook op gaan letten. Ik begon steeds meer de verschijnselen en situatie te herkennen- uit het verleden. Ik werd er een beetje zenuwachtig van.

Volgens mij had ik mijn communicatie met God even op ‘wacht’ gezet. Dus eenmaal weer op de bank zette ik mijn gesprek voort. Nu wat meer geforceerd. Ik voelde me niet op mijn gemak. Waarom knapte ik niet op? Had ik iets niet goed gedaan? Had ik teveel gevraagd en niet genoeg bedankt? Maar wacht eens even. Wij zijn niet als poppetjes gemaakt, die dansen als er aan touwtjes getrokken worden. Wij hebben een eigen wil gekregen, rechten en plichten, kansen en mogelijkheden. Het leven ‘overvalt’ me niet. Ik ga links om of rechts om of recht door, over de hobbel of eromheen. Ik neem kansen of laat ze schieten. Ik vraag voor wijsheid- of neem soms beslissingen die achteraf beter anders hadden gekund. Toch neem ik ze zelf.

Het is toch niet zo dat ik iets beloof zodat God me dan zou helpen? Zoiets als, voor wat hoort wat! Dat zou tegenstrijdig zijn. Wel probeer ik zo trouw en gehoorzaam mogelijk te zijn. Zijn wetten te volgen, er zijn voor anderen, doen wat op mijn pad komt ten goede voor en van mijn medemens. I ben mens en maak menselijke fouten. Zo leer ik over het leven.

Opeens hoorde ik mezelf in gebed zeggen, “ Als ik dit dan doe- doet u dan dat?” en dat was niet mijn
bedoeling. Weer kreeg ik het gevoel dat ik aan het handelen was, aan de ene prestatie tegenover de andere te zetten. Dit kan toch niet waar zijn? Toch was het zo.

Al dat ‘in mijn hoofd gedoe’ verzorgde mij alleen maar meer koorts en ongemak in mijn lijf. Op een of andere manier voelde ik me zo ALLEEN in mijn strijd. Een stem in de ruimte- die nergens ten oren kwam.

Hoort u mij wel? Hallooo, er gaat weer een dag verloren. Wat moet er van deze week worden? Ik loop achter, straks niet meer in te halen. Kansen die ik op wil nemen en voor wil gaan glippen uit mijn handen. Klop, klop ik ben er hoor! Bent u er ook?


Oh, wat vermoeiend. Hoe kom ik hier nou uit? Moet ik toegeven aan mijn ziek lichaam en het maar laten gebeuren- of moet ik het aanvechten? Geen ruimte geven aan datgene wat mij dwars ligt? Wat ik ook maar bedacht, ik was moe, slap, voelde me weerloos en alleen. 

In en in alleen.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen